Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de Hoge Raad om uitleg gevraagd over de Nederlandse rechtsmacht bij valsheid in geschrift die in het buitenland zou zijn gepleegd. De zaak draait om een Syrische verdachte die in Turkije een formulier van de IND onjuist zou hebben ingevuld.
Vragen over vervolging van feiten in het buitenland
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld in een strafzaak over mogelijke valsheid in geschrift. De kern van het geschil is of Nederland rechtsmacht heeft om een vreemdeling te vervolgen die in het buitenland een formulier van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onwaar heeft ingevuld. In eerdere, vergelijkbare zaken oordeelden rechters dat Nederland in zulke situaties geen rechtsmacht had. Daardoor werd het Openbaar Ministerie in die procedures niet-ontvankelijk verklaard. Aangezien in ...